Omgaan met verlegenheid

Gepubliceerd op 9 augustus 2021 om 06:30

Vroeger was ik enorm verlegen, ik praatte nauwelijks maar lachte altijd. Ik vond het vooral ontzettend eng om tegen vreemden te praten. Ik was altijd bang om iets verkeerds te zeggen. Ik dacht na bij ieder woord. Ik begon te zweten als ik de beurt kreeg in de klas.

Van die verlegenheid is nu echter nog maar weinig over. Ik zal in dit blog meer gaan vertellen over hoe ik mijn verlegenheid in het verleden heb ervaren en over hoe ik die verlegenheid heb overwonnen.

 

Hoe ik vroeger was

Ik heb me vroeger vaak afgevraagd waarom ik zo verlegen was? Ik snapte mezelf soms niet. Waarom was praten zo eng, terwijl het bij anderen zo gemakkelijk leek te gaan? Ik vond mezelf zó stom.

De kleinste dingen waren voor mij al een hele opgave, zo vond ik het bijvoorbeeld doodeng om mijn vinger op te steken in de klas. Ook kon ik moeilijk omgaan met nieuwe situaties, als ik niet wist wat er allemaal ging gebeuren, dan wist ik ook niet hoe ik daar op moest reageren en wat ik dan moest gaan zeggen – dat vond ik doodeng.

 

Bij een vriendinnetje gaan spelen of logeren vond ik ook ontzettend spannend. Ik wist niet hoe ik me moest gedragen en wat ik moest zeggen. Ik voelde een constante spanning, ik was bang om iets verkeerds te zeggen of bang dat ik iets niet goed zou doen. Als ik iets zou zeggen, dan was ik bang dat ik mezelf voor lul zou zetten. Ik kon maar beter gewoon zo veel mogelijk zwijgen.

 

De middelbare schoolperiode

Tijdens de middelbare schoolperiode kroop ik iets meer uit mijn schulp. Toch was ik nog steeds erg verlegen. Ik hield me vaak op de achtergrond en durfde nauwelijks mijn vinger op te steken in de klas. Wanneer ik eens een beurt kreeg in de klas, voelde ik dat alle ogen op mij gericht waren. Het zweet brak me dan uit. Ik hoopte dat ik op zo’n moment het juiste antwoord kon geven en dat mijn beurt zo snel mogelijk voorbij zou zijn.

 

Hoe ga ik nu om met mijn verlegenheid?

Mijn verlegenheid kwam voornamelijk voort uit mijn extreme onzekerheid. Het was voor mij dus vooral nodig om meer zelfvertrouwen te krijgen. Natuurlijk kun je niet van de ene op de andere dag meer zelfvertrouwen creëren. Dit is een proces dat veel tijd kost en met kleine stapjes vooruit gaat.

Mij heeft het vooral geholpen om uit mijn comfort zone te stappen; om dingen te doen die ik heel eng vond om te doen. Ik vond het vroeger bijvoorbeeld ontzettend eng om te bellen, maar hoe ouder ik werd – hoe meer ik ook naar bepaalde instanties MOEST bellen, ik kon die taak niet meer op een ander afschuiven. Ik bereidde op papier en in mijn hoofd voor wat ik wilde zeggen, op die manier lukte het mij beter om een gesprek te voeren.

 

Als ik met andere mensen samen was, keek ik altijd zo veel mogelijk naar hoe anderen met elkaar communiceerden. Dat klinkt misschien raar, maar voor mij leek dat allemaal vaak best ingewikkeld. Ik vond het moeilijk wanneer iemand mij wat vroeg en ik durfde me al helemaal niet te mengen in een gesprek. Naarmate ik volwassener werd en steeds meer een eigen mening meer ontwikkelde, merkte ik dat ik meer de behoefte kreeg om wél deel te nemen aan een gesprek. Het voelde voor mij vaak als een hele overwinning om me in een gesprek te kunnen mengen. In mijn hoofd ging dat echt niet allemaal vanzelf. Mijn hoofd sloeg vaak op hol als ik eenmaal aan het woord was, ik was dan zó ontzettend bang om iets stoms te zeggen.

 

Vroeger durfde ik ook geen vragen te stellen aan anderen, vooral op nieuwe plekken vond ik dit ontzettend moeilijk. Zo had ik ook ontzettend veel moeite met bijbaantjes. Ik durfde simpelweg geen hulp te vragen als ik iets niet snapte – ik was bang dat iemand anders mij dom zou vinden.

 

Heb ik mijn verlegenheid overwonnen?

Ik heb mezelf inmiddels aangeleerd om wél dingen te vragen, als iemand mij irritant vind dan is dat maar zo. Ik merkte namelijk dat mijn angst om dingen te vragen mij nóg onzekerder maakte. Ik kon ontzettend angstig worden in zo’n situatie omdat ik niet meer wist hoe ik me ging redden zonder aan iemand hulp te hoeven vragen. Zo’n probleem zou waarschijnlijk simpel opgelost kunnen worden als ik gewoon de vraag zou stellen, die ik zo eng vond om te stellen. Dit heb ik eigenlijk geleerd doordat ik zag hoe anderen dit deden en door te ervaren dat het helemaal niet eng of stom was als ik een vraag stelde.

Tegenwoordig durf ik mijn mening te geven en ik durf me in een gesprek te mengen, dat is voor mij écht ontzettend veel vooruitgang als ik het vergelijk met hoe ik vroeger was. Als ik me eenmaal bij iemand op mijn gemak voel, dan heb ik nauwelijks nog moeite met het voeren van een gesprek.

Nog steeds voel ik af en toe spanning of ongemakkelijkheid in nieuwe situaties, soms komt er ineens weer de angst naar boven dat ik iets verkeerds zeg of heb gezegd. Mijn onzekerheid en angsten staan me echter een stuk minder in de weg dan vroeger – ik ga ze nu aan in plaats van ze ter vermijden.

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

T
een maand geleden

Dat je dat hebt overwonnen is al een hele stap.Je vraagt je soms af hoe iemand aan bepaalde overtuigingen en op die gedachten komt en dan raken die ingeprent en worden ze op den duur een deel van je houding. Schrijven geeft zelf inzicht en je kunt er je gevoel in kwijt