Zondag

Gepubliceerd op 9 november 2020 om 06:30

Het was zondag. Voor mij een dag zoals alle andere dagen. Normaal gesproken spring ik al vóór 6 uur mijn bed uit en begin ik aan mijn dag met een ochtendwandeling. Dat is iets dat ik van mezelf moet, iets dat ik al jaren doe. Het is wat mijn eetstoornis mij oplegt om te doen.

 

Tegenwoordig zien die ochtenden er niet meer altijd zo uit. Ik blijf heel af en toe iets langer in mijn bed liggen. Nog steeds niet heel lang; maar met kleine stappen lukt het steeds beter om af en toe mezelf toe te staan om mijn ‘structuurtje’ los te laten. Het klinkt belachelijk, maar die structuur is voor mij heilig geworden. Het loslaten van die structuur geeft mij dan ook ontzettend veel onrust.

 

Dat ik langer in mijn bed blijf liggen is écht ‘een ding’. Ik vind het nog steeds moeilijk. Maar langzaamaan, begint het toch iets makkelijker te worden. Mijn eetstoornis blijft nog steeds schreeuwen. Die vind het écht niet leuk. Ik mag niet langer in bed blijven. Ik verdien die rust niet. Ik moet genoeg bewegen. Er is echter ook iets belangrijkers in mijn leven gekomen. Mijn vriend, waarmee ik graag nog even in bed wil liggen om te knuffelen.

Foto door Burst via Pexels

 

Na iets langer in bed te hebben gelegen, begon ik aan een ochtendwandeling. Het is nog erg moeilijk om mezelf te beperken in de tijd die ik ga wandelen – nog steeds is er een bepaald aantal minuten dat ik van mezelf per dag móet bewegen. Ik mag nooit onder dat aantal komen.

Dat getal zit constant in mijn hoofd. Bij alles wat ik doe, denk ik na over hoe veel ik nog moet bewegen. Het liefst beweeg ik al zo veel mogelijk in de ochtend, dan geeft het me meer rust omdat ik al een groot aantal van die minuten kan afstrepen.

 

Toen ik thuiskwam, ging ik weer even in bed liggen. Ik had een aantal maanden geleden écht niet gedacht dat me dat zou lukken. Opnieuw indutten lukt me dan niet, daarvoor is de onrust veel te groot. Maar het feit dat ik eventjes terug kan gaan liggen, is al een hele winst.

Mijn hoofd staat dan absoluut niet stil. In mijn hoofd gaat de stress rondom het ontbijt verder. Ook met mijn eettijden ben ik nog erg gehecht aan mijn vaste structuur. Nog steeds hou ik het liefste de eettijden van de kliniek aan. Ook die tijden verschuiven nu af en toe.

 

Mijn ontbijt zou ik vandaag ook pas later eten. Kortsluiting in mijn hoofd. Hoe zou dat dan gaan met de rest van de maaltijden? Ik voelde zó veel onrust. Chaos. Alle eettijden zouden verschuiven.

 

Ik heb altijd een vaste planning voor mijn dag. Dat plan loslaten, voelt verschrikkelijk. Rustig aan doen op zondag is niet voor mij weggelegd.

Ik wil constant bezig zijn. Ik wil weten waar ik aan toe ben. Ik wil vooruit plannen. Ik wil eten op vaste tijden. Ik wil bewegen.

 

Ik ging aan het werk op mijn laptop. De concentratie was ver te zoeken. Mijn gedachtes dwaalden af. Ik voelde me verschrikkelijk. Ik faalde omdat ik volgens mijn eetstoornis nutteloos bezig was. Ik moest actief zijn. Ik moest een plan maken voor vandaag. Ik zou in ieder geval aan genoeg beweging moeten komen vandaag. Het was alsof er allerlei tabbladen in mijn hoofd openden. Allerlei dingen die ik nog moest van mezelf. Dwangen die ik mezelf op leg. Ik wilde bezig zijn. Ik wilde weg van de nare gedachtes. Vooral niet stilzitten, want dan zou ik moeten stilstaan bij allerlei gedachtes en gevoelens.

 

Uiteindelijk stelde ik mezelf een aantal doelen voor vandaag. Ik maakte een nieuw plan en wist dat ik me er bij neer moest gaan leggen dat vandaag anders zou gaan lopen dan normaal. In plaats van tegen de onrust te vechten, accepteerde ik dat de onrust er was. In plaats van te vluchten voor mijn gevoelens, koos ik ervoor om ze te delen. Mijn hoofd werd niet meteen rustig, maar het lukte wél om niet toe te geven aan alle gedachtes. Hoe naar ik me ook voelde over het stilzitten, ik deed het toch. En juist dát was voor mij misschien wel de meeste 'nuttige' bezigheid!


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Claire Gruisen
een jaar geleden

Mooi geschreven, Shannon! Vooral de stelling 'accepteerde ik dat de onrust er was'. Ga door! Het lukt je!